Niet helder is wie zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan schending van de geheimhoudingsplicht. Het onderzoek werd in opdracht van het Presidium uitgevoerd door de heer W. Scheepens, voormalig voorzitter Presidium. Het rapport werd op 27 januari 2012 door de onderzoeker aangeboden aan de heer L. Van Bilsen, voorzitter Presidium.
Procedure vertrouwenscommissie en geheimhoudingsplicht
De Provinciewet en de verordening op de Vertrouwenscommissie 2011 schrijven voor dat er rondom de aanbeveling van een nieuwe CdK uit Provinciale Staten een Vertrouwenscommissie wordt ingesteld die zich bezighoudt met de voorbereiding. De procedure is geheim. Alleen het eindverslag van de Vertrouwenscommissie en het Statenvoorstel met besluit worden vertrouwelijk aan de Statenleden verstrekt, dit is gebeurd tijdens de besloten Statenvergadering op 10 juni 2011.
In de periode van 20 april 2011 (instelling Vertrouwenscommissie) t/m 10 juni 2011 (besloten Statenvergadering) zijn de leden van de Vertrouwenscommissie en Provinciale Staten herhaaldelijk en uitdrukkelijk gewezen op de geheimhoudingsplicht en op het feit dat schending hiervan een misdrijf is.
Feitenonderzoek en nader onderzoek
De
Vertrouwenscommissie besloot medio juni 2011 middels een
feitenonderzoek na te gaan hoe de berichtgeving rondom de
aanbeveling van een nieuwe CdK in Limburg heeft kunnen ontstaan.
Mede op basis van dit feitenonderzoek besloot het Presidium in
september 2011 een nader onderzoek uit te laten voeren. De opdracht
werd verleend aan de heer W. Scheepens.
Alle destijds zittende Statenleden werden door onderzoeker
Scheepens opgeroepen voor een kort persoonlijk gesprek. Alle
Statenleden verleenden volledige medewerking hieraan.
Daarnaast
zijn ook alle bij de vergadering betrokken medewerkers gehoord, de
bij de procedure betrokken functionarissen van het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en
vertegenwoordigers van de pers. De pers heeft zich beroepen op
bronbescherming.
Conclusies en aanbevelingen
Uit de gevolgde onderzoeksprocedure is niet helder geworden wie de dader(s) van het naar buiten brengen van informatie is(zijn). Uit de samenhang van de onderzoeksgegevens concludeert de onderzoeker dat het naar buiten brengen van informatie nog tijdens het besloten gedeelte van de Statenvergadering op 10 juni 2011, maar ook daarna, gebeurd is naar de pers en dat dit in ieder geval ook (mede) op verzoek van de pers gebeurde.
Een van de aanbevelingen van de onderzoeker is om het onderzoeksrapport toe te zenden aan het Ministerie BZK en aan te bieden aan het Openbaar Ministerie (OM), de Hoofdofficier van Justitie Maastricht. Overigens neemt het Presidium alle aanbevelingen uit het rapport over.
Onderzoeker meent dat van het onderzoek een preventieve werking zal uitgaan. Het OM kan, indien het daartoe aanleiding ziet, ambtshalve tot opsporing/vervolging overgaan.